Over mij

Mijn foto
Workum, Friesland, Netherlands
Ik ben Feike Dijkstra, ben een gescheiden vader van 27 jaar en woon (en werk) in Workum. Bij het biologische akkerbouwbedrijf It griene strân (Het groene strand) ben ik verantwoordelijk voor alle dagelijkse klussen, zoals zaaien, oogsten, schoffelen en vrijhouden van onkruid, planning en onderhoud van de machines. Je zou zeggen: erg druk dus....ja, inderdaad, ik werk meestal van zeven uur 's ochtends tot de klok van vijf uur 's middags....ben ik dan moe? Ja, maar wel zeer voldaan. En dit vanaf Maart/April tot ver in November. Elke week schrijf ik een column over het reilen en zeilen van het akkerbouwbedrijf. En die zal ik in deze blog publiceren, wat voorheen alleen nog in de wekelijkse Nieuwsbrief van Gezond gemak verscheen.

zaterdag 7 januari 2012

Hoofdstuk 6 (1.1)

6

Ze trilden van opwinding.
Miriam, Roosje en Hendrik jr. zaten zenuwachtig naast elkaar. De koets van hun ouders, koopman Hendrik Tol sr. en Claudia-Mille Tol-Burger reed over de grote hoofdweg richting de brug Brand. De familie Tol was een arme koopmansfamilie en zij waren uitgenodigd op het grote bal in het paleis van de koning. Naar geruchten die te ronde gingen, zou er een verloting onder de huwbare dames en de gelukkige dame in kwestie zou met de prins van Germania huwen. Dit aanbod lieten Hendrik en Claudia-Mille niet passeren, en hadden meteen geantwoord.
Miriam was 23 jaar en al reeds in verwachting. De kans dat zij uitgehuwelijkt zou worden was erg klein, maar des ondanks was de hele familie mee gekomen. Haar zusje Roosje was net twintig geworden en was een mooie, aantrekkelijke jonge vrouw. Ze droeg een mooie rode jurk, die haar taille benadrukte en ze droeg een kleine rode diadeem op haar lang, golfend donker haar. Ze droeg rode laarsjes en aan haar hand droeg ze geen ringen. Haar heldere groene ogen straalden iets koninklijks uit, terwijl haar glimlach betoverend was.
Hendrik jr. was net achttien geworden en droeg hetzelfde kostuum als zijn vader, alleen hij had geen ceremoniële sabel. Zijn vader had er hoop in dat zijn zoon zou worden opgenomen in het gilde der Lakeien, een belangrijke en eervolle groep die trouw de koning en zijn gezin bedienden.
Ze reden nu Brand over en waren niet ver verwijderd van de Wilde hoeve, waar slechts een effen pad tussen een groot veld van scherpe en onbegaanbare rotsen lag. De vaandels van het land, van de koning en van de adel wapperden hoog boven de vele torens die het paleis bezat. Er liepen gardisten over de muren en hielden de omgeving strak in de gaten.
Er heerste vreugde, opwinding, maar ook wel spanning. Vele dames van Roosje haar leeftijd zagen er vele malen meer indrukwekkender uit en spraken ook met een bekaktere toon dat wat Roosje deed. Roosje voelde zich net een boerin. Ze kon onmogelijk de prins versieren met zulke grote tegenstanders…..
Ze stapten uit de koets, die door een lakei werd geopend. Een andere lakei bood Claudia-Mille een hand en hielp haar van de koets. De drie kinderen liepen achter hun ouders aan, terwijl een andere lakei hun koets wegreed van de plek.
Ze liepen naar een gang, waar aan het einde ervan een trap omhoog liep. De leuningen van de trap waren versierd met linten en bloemen. Vele gekleurde rozen en jasmijnen gaven een zoete geur af.
De dubbele deuren aan het einde van de gang gingen open en een kakofonie van geluiden kwamen de familie Tol tegemoet.
Een grote trap boog naar links en was versierd met vele corso’s, bloemen en andere versieringen. Tussen de trap en de muur speelde een kamerorkest vele liederen en een tenor zong met een heldere lieflijke stem de sterren van de hemel. Er waren vele gasten aanwezig: mensen van adel, hoge bestuursleden van de Koninklijke Raad, burgemeesters en stadsbestuurders, en natuurlijk hun vrouwen en dochters. Hier en daar zag Hendrik sr. dat er ook koopmannen rondliepen, de ene bulkte in het geld en de andere was nog armer dan Hendrik sr. zelf. Er was een verscheidenheid aan huwbare dames en dat viel Roosje zeker weten op. Waarom? Vroeg ze zich af.
‘Hendrik Tol senior, en zijn vrouw Claudia-Mille Tol-Burger.’ Kondigde de lakei hen aan. Er klonk gejuich en applaus. ‘En hunne kinderen Miriam, Roosje en Hendrik junior.’ Wederom klonk er gejuich uit het publiek. Ze volgden de lakei op hun weg naar beneden en keken uit over het feestgedruis dat al in volle gang leek.
‘Wauw, mam.’ Zei Roosje, ‘Zijn we niet te laat?’
‘Nee, lieverd,’ zei haar moeder boven het kabaal uit, ‘Het echte feest moet nog beginnen. We gaan nu eerst langs de koning, in de Grote hal daar.’
Roosje liep tussen de menigte door en voor ze er erg in had, stond ze in een grote ruimte, die men ook wel de Grote hal werd genoemd. De troonzaal van de koning was verlicht met vele kaarsen en er hingen slingers aan de vijf kroonluchters bovenin de zaal. Op zijn troon zat de koning, een man nabij de vijftig, getekend door het verlies van zijn echtgenote. Naast hem, op de troon van zijn vrouw, zat zijn zoon, prins Willem V.
Roosje had al vele verhalen gehoord, van wie de meeste eigenlijk roddels waren, maar over één ding waren alle jonge vrouwen het eens: de prins was een lekker ding.
De koning was een oudere versie van zijn zoon, maar door het verdriet leek hij veel ouder. Roosje voelde medelijden en herwon haarzelf, terwijl ze de drang voelde om de koning eens goed te knuffelen. De koning sprak:
'Welkom, hier in mijn paleis. Moge het feest u vreugde, genot en mijn zoon een lieve echtgenoot geven. Als uw dochters de kans krijgen mijn zoon spreken en zijn hart weten te winnen, krijgt de winnaar mijn persoonlijke zegening. Ga, en geniet!' De prins boog kort voor Roosje en Miriam, en een knipoog ontsnapte de prins. Miriam knipoogde terug, en wees met haar duim naar Roosje, die hevig begon te blozen. Heel zacht fluisterde Miriam:
'Ze is nog vrij.' En zo liepen zij de drukke menigte in.

'Pa, moet je dat nou elke keer zeggen?' zei Willem V scherp tot zijn vader. 'Ik ben geen lot uit de loterij! Ik ben niet als een geslacht varken te koop op een veiling, ik ben een prins. Een prins met gevoelens, vader. Als ik iemand wil uitkiezen, wil ik dat met liefde doen, niet met druk. Liefde moet vanzelf sprekend zijn en niet om geld of status draaien.'
'Je hebt gelijk, mijn zoon.' zei zijn vader en knikte. 'Zat er al een lekkere stoot tussen, die jou voorkeur verdraagt?'
'Nee!' loog hij hard en liep weg.

De grote raadszaal van het paleis was een grote vierkante zaal, met aan de westmuur een driehoge raadsbank, met aan weerszijden een wenteltrap. Aan de oostzijde liep in een scherpe bocht de grote marmeren trap en naast die trap zaten een groepje muzikanten, de beste kamerorkest-musici van het land, speciaal voor deze gelegenheid uitgenodigd en samen gesteld. Een man met een grote snor en een prachtige met hout gesneden viool begeleide het orkest en wachtte af op het teken van Jeram, de potentiele opvolger van Jaspers. De man klapte in zijn handen en het gedruis viel stil.
'Geachte gasten! Vrienden van het huis van de koning! Landgenoten! Welkom! Heden ten dage word hier vastgesteld of de prins een huwbare vrouw zal vinden, en daarmee een troonopvolger word geleverd.' Vele dames van de adelwijken dromden dichterbij en wapperden met hun waaiers. 'Een kleine huisregel onder de dames: wees een dame en hou uzelf in bedwang, als de prins u afwijst als zijn partner. Ieder die zich misdraagt, zal buiten het paleis worden gezet.' Er ging een schok langs enkele dames, die kennelijk iets van plan waren. Maar voor het algemeen waren de dames het overeens dat het een feest was, en diegene die de prins voor zich wist te winnen, was een gelukkige winnaar. 'De koning, de prins, het huis van de koning en zijn staf wensen u een fijne avond!'  Er werd geapplaudiseerd en de Eerste violist stond op, om de eerste verzoekjes voor die avond te ontvangen.
Terwijl het orkest begon met een vrolijk, opzwepend dansnummer, dreef Roosje langzaam alleen naar de achtergrond. Overal om haar heen waren dames die veel rijker waren, veel meer invloed hadden en bovendien er mooier uitzagen dan het boerenmeisje dat Roosje zich voelde. Met pijn in haar hart vroeg ze zich af waarom haar vader dit leed aan deed. Maar ze zag haar vader en haar broertje praten met de oude lakei, en schijnbaar leek Hendrik Junior in de smaak te vallen.
Ze stond nu bij de grote raadsbanken. De banken waren blank van kleur, alhoewel de buitenkant op de eerste verdieping rood was, op de tweede groen en op de derde blauw. Ze pakte de krullende trapleuning en zuchtte. Hopelijk was het op de derde verdieping wat rustiger en kon ze in alle rust alles overzien. Ze liep omhoog en toen ze de derde verdieping had bereikt, ging ze zitten. Met een zucht liet ze haar achterover zakken en sloot haar ogen. Het was moeilijk voor te stellen hoe zij zou dansen met de knappe prins, terwijl er zoveel beter en mooier aanbod was. Ze twijfelde zo erg aan haarzelf, dat ze niet had opgemerkt dat er iemand vlakbij haar zat.
'Ik word er ook moe van.' zei een vriendelijke, maar licht geïrriteerde stem. Ze herkende de stem niet, maar toen ze zijn kant op keek, viel haar mond open van verbazing. Naast haar zat de prins! En hij keek naar haar met die zelfde schittering in zijn ogen.
'Ik...'stamelde Roosje, 'Ik voel me zo gekleineerd door al die mooie en rijke dames. Alsof ik niets voorstel, in vergelijking tot hen.'
De prins lachtte schamper. 'Luie krengen, stuk voor stuk.' Zijn woorden klonken onvriendelijk. 'Die meid in het wit is Klassientje van der Goethhuys, een leuke meid om te zien, maar zo lui als een varken. Die griet naast haar is Rosanna Boylens, een lekker ding om te zien, maar van binnen zo lelijk als de nacht. En al die andere meiden zijn niet veel beter. Als ze mij kiezen, kiezen ze niet uit liefde, maar om macht, geld en status. En juist het belangrijkste vind ik dat een relatie gebouwd is op liefde en vertrouwen, vind je ook niet?' Roosje schrok op, want ze had al die tijd naar zijn lieve, zachte stem geluisterd.
'Ja, dat vind....' zei ze en viel stil, toen hun ogen elkaar ontmoetten. 'Dat vind ik ook. Ik kies liever voor liefde dan voor status. Ik ben gewend aan hard werken, want ik moet ook meehelpen in het huishouden van mijn ouders. Zelfs als mijn vader weg is, is er genoeg te doen.' Ze keek over de rand naar de dansende dames. Sommigen keken geïrriteerd om zich heen, op zoek naar de prins. 'Ik wed dat die dames daar geen raad weten met een spons of een schep.' Ze lachtten beiden en opnieuw keken ze elkaar aan. Langzaam kwamen ze dichter naar elkaar toe en terwijl dat gebeurde, leek er een vonk over te spatten. En het geluid van schoenen die omhoog kwamen.
Een lakei boog voor de prins en zijn gezelschap en zei: 'Zijne koninklijke hoogheid, uw aanwezigheid is gewenst in de zaal, onder ons. Er zijn enkele gewilligen die met u de Eerste dans willen doen.'
'De Eerste dans?' vroeg Roosje verbaasd.
'De Eerste dans is de belangrijkste dans voor de prins en zijn potentiele danspartner. Wie zijn danspartner is, mag zich gelukkig prijzen.'
'Ik kom eraan, Maron.' zei de prins vriendelijk en stond op. 'Ga je mee?'
'Ja, is goed. Ik ben benieuwd wie u als danspartner zal kiezen.' zei ze nerveus. Hij wees naar beneden. 'Zij ook.' zei de prins en bood zijn arm aan.
Op de weg naar beneden werden er heel veel vuile blikken geworpen, menige dame van stand waren buiten zinnen of zelfs beledigd. De boerenpummel met wie de prins liep, was gekleed in een schamele rode jurk met slechte accessoires. Zo waren de rijkste en meest irritante dames van het feest vertrokken, zodra de prins met Roosje naar beneden kwam.
In het midden van de zaal was een grote cirkel vrij gelaten en Roosje liet de arm van de prins los. Het voelde voor even fijn aan om een sterke, maar vooral liefdevolle arm te hebben. Maar zoals Roosje zich voelde, zou de prins haar zeker niet kiezen. De prins liep door en draaide zich toen om. Hij stak zijn hand uit en zei: 'Kom je, mijn danspartner?' Direct reageerden er diverse jonge vrouwen, maar de prins schudde zijn hoofd en wees op Roosje. 'Jij, jij mag met mij de Eerste dans doen.'
Roosje was buiten haarzelf! Zo juist had de prins haar gevraagd boven alle mooie en rijkere dames! Haar, een eenvoudige koopmansdochter, die niet terug deinsde voor wat werk en niet een hoog status bezat. Ze liep tussen de dringende dames door en stapte de grote cirkel binnen.
Het was stil. De lucht was vervuld van het eten, de drank, het zweet van de gasten en de woede van de teleurgestelde dames was groot. Des ondanks bleven zij, in de hoop dat de danspartner een fout zou maken en de prins een ander, invloedrijker iemand zou kiezen.
Hun ogen troffen elkaar opnieuw, en wederom was daar die vonk. Hun handen raakten elkaar en voelden warm aan. Ze grinnikten, toen ze beide beseften dat ze aan het zweten waren.
'Wees niet bang voor die ogen.' zei de prins kalm. 'Die zullen nooit een kroon van dichtbij zien.' Opnieuw welde er paniek in Roosje's hart op. Zou zij dan ooit zo van dichtbij wel een kroon zien? vroeg ze zich af. Ze knikte en legde stapte dichter op de prins af. Hij beantwoorde die reactie, door zijn rechterarm om haar middel heen te slaan. De gestokte ademen gingen door de zaal heen, terwijl Roosje hemels zat te genieten.
Vanaf een afstandje zaten Claudia-Mille en Hendrik Senior met een geamuseerde blik te kijken naar hun jongste dochter, die zojuist boven alle verwachting, door de prins was uitgekozen. Claudia-Mille zag overal figuurlijke donderwolken boven de adelijke dames, terwijl Hendrik Senior overal rechtzaken, dreigingen met slechte afloop en een koude cel als eind.
De Eerste violist zette een kalm, romantisch lied in. Het orkest volgde weldra en de prins en zijn danspartner begonnen rustig heen en weer te bewegen. De muziek werd weldra wat vrolijker en het paar begon een wals, gevolgd door een lossere dans. Uren leken dagen, minuten leken uren en elke seconde leek een leven te duren, zo ervaarde Roosje het geweldige gevoel met de prins. Haar prins was helemaal onder de indruk en onder een kalmere dans vroeg hij haar: 'Wie heeft je zo leren dansen?'
'Mijn moeder,''  zei ze zacht, 'En de bezem uit de kast.'
'Wil je mijn complimenten over brengen aan je moeder en de bezem? Ze hebben uitstekend werk verricht, beter dan in jaren dat ik mee gemaakt heb.' Hij lachtte lief, maar de angst en de twijfel begon hardnekkig te knagen aan Roosje's gevoel. Had ze maar nooit over de bezem verteld, waar ze vele uren mee had geoefend, in de hoop dat ze ooit met een echte levende partner zou dansen. Opnieuw die twijfel. De boerengriet die met een prins danst, een komische vertoning van de bovenste plank! Ze stelde zich al voor; alle roddelaars die samenkwamen en haar publiekelijk vernederden. Nee! Ze moest stoppen! Ze was niet geschikt! En zonder afscheid te nemen, rukte ze zich los uit zijn armen. Alle ogen, zowel verrukte als ongeruste, waren op haar gericht. Het liefst zou ze nu door de grond zakken en voor altijd verdwijnen. Ze rendde de trap op en verdween uit de Raadszaal. Ze hoorde de prins niet meer, die haar toeriep: 'Wacht! Blijf hier, asjeblieft!'

Claudia-Mille had het al zien aankomen, dat haar dochter zou gaan doordraaien, zo tussen al die geweldige concurrentie en een schijnbare onbereikbare prins. Maar Roosje's moeder was niet gek, de jonge prins liet overduidelijk aan Roosje weten, dat hij haar zag zitten. En dat hij haar nariep, om haar terug te roepen, en zelfs te kalmeren, verbaasde en vooral verblijdde Claudia-Mille. Haar man zag ineens zijn dochter de trap oprennen en zei maar twee woorden: 'Oh nee.'
Een lakei die naast hen stond met hapjes, draaide zich om en liep naar Jaspers, fluisterde iets in diens oor en zo liep Jaspers naar de koning, die met een paar belangrijke raadsleden aan het praten was. Jaspers schraapte zijn keel, waardoor de heren ophielden met praten.
'Mijne heren, mijn excuzes dat ik u stoor, maar ik wil zijne koninklijke hoogheid iets persoonlijks vertellen.' zei de oude lakei met een verkrampte buiging. Een grote, dikke raadslid, zei: 'Kerel, ga rechtop staan. Om ons hoef je niet te buigen, je hebt ons respect meer dan verdiend, ouwe vriend! Wij gaan eventjes verderop met de dametjes klessebessen. Toedeloe!' En de heren liepen lachend weg van de koning. De koning wees naar de lege troon naast hem en beval Jaspers te gaan zitten. Een jonge lakei kwam aanzetten met een paar kussens en met een zucht ging de man zitten.
 'Sire, uw zoon heeft zonet de Eerste dans gedaan.'
'Aha! Uitstekend! Hoe ging het?' vroeg de koning licht beschonken van de mede, en de laatste slok vloeide uit zijn gouden bokaal in zijn keel.
'Wel, in het begin goed, sire, maar zijn danspartner is na een lange tijd ineens gestopt met dansen. Ik vermoed dat een groot gebrek aan zelfvertrouwen en de indrukwekkende concurrentie hun oorzaak hebben.'
 'En dus?' vroeg de koning ongeïnteresseerd, 'Dan vraagt hij toch een ander?'
'Nou.....nee, sire.' zei de lakei met een kort lachje. 'Hij roept haar.'
Nu kwam de koning werkelijk overeind en liep naar de deuren. Gevolgd door Jaspers en andere lakeien, zag de koning met eigen ogen hoe zijn zoon om ging met de opdringende dames en zijn wegrennende danspartner.

Thea van Dormant, Hieke Kollantier, Harmana Brugmans en Klassientje van der Goethhuys sprongen naar voren, nu zijn danspartner verdwenen was en dwongen hem een andere te kiezen. Hij schudde nee, en probeerde er tussendoor te komen.
'Dames! Laat mij door!' zei de prins. 'Ik wil niet met julie dansen! Laat mij nu door, of ik roep de wachten!'
Onmiddelijk gaven ze hem alle ruimte en meteen rende de prins de trap op, achter Roosje aan. Hij zag niet dat een oudere vrouw achter hem aan kwam rennen, de zoom van haar jurk op tilde en hem weldra inhaalde.
'Sire,' zei ze buiten adem. 'Mijn welgemeende excuzes voor mijn dochter.' De prins stond stil en keerde zich om. 'Mijn dochter is een lieve meid, heeft veel over, maar kan slecht over negatieve kritiek. Dat wou ik u zeggen, sire.'
'Dank je.' zei hij vriendelijk. 'Maar ik was niet van plan om uw dochter buiten het kasteel te zetten, nog een uitbrander te geven. Mevrouw, uw dochter heeft iets bij mij gedaan wat geen enkele rijke dochter van stand is gelukt. Ik wil alleen maar rust, zodat ik met haar kan praten, zodat ik haar kan laten zien hoe ik werkelijk ben, buiten mijn status van kroonprins om, als een liefhebbende jongeman. Ik geloof in liefde op het eerste gezicht, en ik geloof er heilig in, dat die deze avond is voltrokken. Ik voel mij verliefd, mevrouw, op uw dochter.' Claudia-Mille boog en zei met een glimlach: 'Ga dan, lieve prins. Mijn dochter is dan bijna twintig, ze is nog net zo broos als een tiener. Ik heb vertrouwen.' zei ze tenslotte en keerde om. Willem V duwde de twee deuren open en liep de trap af.

Op de gesloten binnenplaats was het rustig, de lakeien en de staljongens waren naar de keukens gegaan en Roosje zat alleen bij de fonteijn, te staren naar de beelden. Af en toe spatte er een drup water op haar gezicht, maar ze voelde het niet. Ze voelde alleen de spijt, het grote verdriet en haar lage afkomst had er alles mee te maken. Wat was zij nou in vergelijking tot Klassientje van der Goethhuys? Een dienstmeid zonder rang, zonder status. Ja! Haar vader was dan welvarender dan de gemiddelde arme koopman, maar veel beter hadden ze het ook niet. Ze moesten allemaal hard werken om het hoofd boven water te houden. Uiteindelijk had de prins wel gelijk, die dames daar in de Raadszaal wisten niet eens hoe ze een spons moesten vasthouden! Ze wisten niet wat werken in hield en als het op de prins zou aankomen, was het meer een huwelijk om status en invloed, dan om liefde. Echte liefde.
Ze hoorde voetstappen en keek op. Ze verwachtte een soldaat, of een lakei, die haar zou opdragen het paleis te voet te verlaten. Maar wie er ook uit de gang kwam lopen, had ze niet verwacht dat het de prins zou zijn. Waarom was hij hier? Waarom was hij niet met een andere jonge vrouw aan het dansen? Waarom moest ze elke keer vernederd worden? Ze verwachtte een stortvloed van vragen, vooral woede en teleurstelling.
Maar zijn ogen gloeiden niet van woede, maar van oprechte bezorgdheid. En liefde.
'Gaat het?' vroeg de prins. 'Mag ik naast je komen zitten?' Roosje knikte. Hij vervolgde: 'Ik had niet verwacht dat de dames zo vervelend zouden zijn. Ik heb vele dames leren kennen, sommigen iets minder goed, anderen helaas te goed, en geen van allen is uit op echte liefde. Als ik vrij mag spreken.....' zei de prins met een lichte buiging. 'Uw verhaal raakte mij, net als uw vertoning. U zal zich misschien wel ver beneden uw stand voelen ten aanzien van de adel, maar .....' Hij gromde, toen hij in zijn woorden verslikte. 'Wat ik wil zeggen, is dat je niet bang moet zijn voor de gevoelens van de dames daar. Wat ik van jou vind, telt alleen maar. Niet waar?' Ze knikte. 'Ik vind jou vele malen mooier, knapper en beter dan al die andere trutten daar in de zaal. En ik heb het niet alleen over de buitenkant. Weet je nog ons gesprek voor het dansen? Dat ik onder de indruk was van dat jij mee hielp in het huishouden van je ouders? Dat ben ik ook! Ik zie die zes-en-zeventig lelijke trutten echt niet hun eigen kamer onderhouden.' Hij leek nu een beetje onzeker. Roosje legde haar hand op de zijne en ze keken elkaar diep aan.
 'Liefde gaat dieper dan de dood, zeggen ze in de Kerk.' zei Roosje zacht. 'Ik heb altijd geweten dat op een dag ik de ware zou tegen komen, die hetzelfde als mij denkt en mij lief heeft zoals ik ben.'
'Ik weet uit mijn eigen familie-geschiedenis hoe dat soort huwelijken eindigen. De koningen delen hun bedden met maitresses en hun vrouwen slapen met diverse edelen, in de hoop in de gunst te komen van de koning. Mijn grootvader was daar slachtoffer van en heeft de wrok ervan niet overleefd.'
'Wat erg voor uw grootvader.' zei Roosje met haar hand voor de mond. De prins schudde zijn hoofd.
 'Hij wou op een feest mededelen, dat hij zou aftreden en zijn zoon, mijn vader dus, de troon zou bestijgen. En toen kwam Lothonius van der Goethuysen naar voren en stak mijn grootvader neer. Een domme beslissing, zo bleek achteraf, maar ja, de man hong geen half uur later aan de hoogste galg.'
'Wat treurig allemaal, voor u, sire.'
'Noem me Willem, asjeblieft.' zei de prins zacht. 'Ik heb af en toe genoeg van die beleefdheden. Ben tenslotte ook maar een mens. Zelfs mijn wapenknecht Bell noemt mij Willem, als wij alleen zijn. Of onder vertrouwden.'
'Zeker, hoogheid, ik zal u.....' ze bloosde ineens. 'Willem, ik heb mij niet eens voorgesteld, in alle commotie.' Ze stond op, maakte een reverence en sprak liefdelijk: 'Ik ben Roosje Tol, dochter van Hendrik Tol en Claudia-Mille. Mijn oudste zus is Miriam, die heerlijk in verwachting is van een jongen en Hendrik Junior is mijn jongste broer. Hij zou hier aanwezig moeten zijn, maar ik heb hem niet meer gezien sinds ik hem met die oude lakei zag praten.'
'Dan zal Jaspers hem vast wel wat inwerken.' zei Willem V met een grijns. 'Jaspers is dol op jonge jongens, en dan op normaal niveau. Jaspers zegt zelf altijd: "Jongemannen zijn net klei, je kunt ze kneden in elke vorm die je wenst. Hoe ouder, hoe moeilijk je de desgewenste vorm erin krijgt." Geloof mij maar, lieve Roosje, je broertje zit gebakken. Jaspers is een goede, zachte leermeester en als het niet uitkomt, geeft hij je meer de tijd, maar maak je er een potje van, is hij een harde.' Ze lachtten beide en opnieuw keken ze elkaar aan. 'Ik wilde je eigenlijk vragen of je met mij wat zou willen wandelen? Hier door onze paleistuin. Ik heb genoeg van het feest en wil met goed gezelschap mijn avond door brengen. Ga je mee?'
Nu was er geen aarzeling, geen twijfel die aan haar knaagde, alleen een diepe schreeuw die riep: ja! "Ja, Willem, met alle genoegen.'
'Karun!' riep Willem V en er sprong meteen vanuit een donkere hoek een kleine lakei naar voren. Het was een twaalf-jarige jongen die kennelijk al bekend was met de regels binnen het paleis. Hij boog diep en keek de prins verwachtingsvol aan. 'Karun, ga naar Jaspers en leg hem dit uit: ik en mijn gast zijn in de paleistuin. Ho ho, niet zo snel, kleine rakker! En vertel Jaspers dat iedereen over een uur weg mag, behalve het gezin Tol. Jaspers weet wel wie dat zijn. Kun je dat onthouden?' De jongen knikte en rende snel weg. Willem V grijnsde en zei: Hij is de kleinzoon van Jaspers, is al vanaf zijn zesde hier in het paleis te vinden en ondanks dat hij veel moet leren, is hij op de goede weg om zijn grootvader op te volgen. Mijn vader zegt dan altijd: "Toon altijd respect voor een werknemer, hoe laag dan ook, dan hebben zij ook respect voor jou." En dat blijkt inderdaad zo.' besloot hij met een grote grijns.
'En als u dat niet doet?' vroeg Roosje nu.
'Dan krijg ik een uitbrander van Jaspers, of van mijn vader.' zei de prins schouderophalend. 'Die van Jaspers is goed bedoeld, die van mijn vader voelt als de slag van een zweep.' Hij stak zijn arm uit en Roosje haakte de hare in de zijne. Zo liepen zij door de deuren van de stallen en de prins liet haar de paarden zien, die in de koninklijke stal stonden.

Het feestgedruis was langzaam aan rustiger geworden. Het orkest speelde nog wel, maar omdat er zoveel gasten al waren vertrokken, hielden zij het bij bekende liederen en dansen. Hier en daar dansten paartjes over de vloer, terwijl lakeien schalen met bokalen en etenswaren rondbrachten.
Claudia-Mille en Hendrik Senior zaten op een bankje, naast de oude lakeienmeester Jaspers, die hen met geuren en kleuren over hun zoon vertelde.
'Uw zoon is een uitmuntende jongeman, hij reageerd goed op veranderingen of op plotselinge orders. Het lijkt bijna alsof hij rechtstreeks van de scholing der lakeien is gekomen.' Claudia-Mille glimlachtte en zei:
'Hij helpt onze lakei Manfred erg vaak en geniet er ook van.'
'Nou zeker weten!' riep de oude lakei uit. 'En ik ook! Als ik vijf jaar de tijd krijg, tover ik hem in een meesterlakei, die de koning op zijn wenken kan bedienen en sneller reageerd dan welke lakei dan ook. Als het aan mij ligt, zal er heel snel een jaarcontract klaar liggen voor uw zoon.'
'Ow dank u.' zei Hendrik Sr. 'Wij hoopten dat u iets aan onze zoon had, aangezien hij niet echt verstand heeft van zaken doen, van het harde leven om het zo maar even te zeggen. Mijn dochter daarin tegen is wel erg goed en ik hoop dat haar zoon dat ook is, als die groot genoeg is om in de kennis te worden mede gedeeld.'
'Ik hoop het wederzijds, mijn heer,' zei de oude lakei en stond op. 'Ik moet weer gaan. Fijn u gesproken te hebben en ik zal u berichten zodra ik meer weet over dat jaarcontract. Fijne avond!'

'Vertel me eens over jou wapenknecht.' zei Roosje. Ze zaten op een bankje te midden van de grote paleistuin. Rechts van hun stond verschillende soorten rozen, waaronder stokrozen en veel diverse rozen die in de warmere seizoenen vele kleuren gaven. Met hartje winter bloeide er geen roos en de planten waren goed geschermd tegen de vrieskou. Links van hen, niet ver van het bankje, stond een grote muur, met gaten erin en op diverse plaatsen groeide klimop.
'Bell is een simpele jongen. Zijn grootvader is jarenlang wapenknecht van mijn vader geweest en zijn vader is ook weer een belangrijk iemand geweest voor onze familie. Hij houdt van zijn werk, hij hunkerd heel erg naar het boerenwerk en het leven op een boerderij. Maar met mij mee lopen, mijn wapens dragen en mij beschermen, doet hij met een toewijding die je nergens anders ziet. Als ik ooit de kans krijg, zorg ik ervoor dat hij een mooie boerderij krijgt, een ring voor zijn geliefde en laat ik op eigen kosten zijn huwelijk voltrekken.'
'Wat lief!' zei Roosje en kroop tegen de prins aan. Het was koud, maar de warmte van de prins warmde haar wat op. Hij sloeg een arm om haar heen en ging verder.
'Vorig jaar was er een man die mij probeerde aan te vallen, eerst mondeling, maar toen hij fysiek over ging, sprong Bell tussen beide. Ik heb de woorden gedeeltelijk onthouden, maar hij sprak op een boerse taal. "Dat is de prins, jij dwaler! Ziet en zegert neer! Schuimbekkende dwaars!" Of zo iets.' Roosje moest lachen.
 'Willem, dat was geen boerse taal. Dat is lijnrechte schuttingtaal. Het is wel lief dat je veel liefde en respect voor hem hebt. Als je de kans krijgt om hem te belonen met een boerderij, een ring en een huwelijk, moet je dat vooral doen. Ik zou boos worden als je dat zou laten.'
'Dank je.' zei hij zacht en kustte haar. Zij beantwoorde zijn kus en gedurende een paar minuten bleven ze staan.
Toen keek Roosje Willem aan en vroeg: 'Vertel me over je dromen. Wat wil je allemaal gaan doen? Wat wil je bereiken voor je dertigste? Droom je van kinderen?' De prins keek geschokt naar haar. Even vloeide de twijfel in Roosje's lichaam, maar zodra de prins hartelijk begon te lachen, zakte die weg.
'Laten we beginnen bij één, en we zien wel waar we eindigen.' zei Willem V, nam Roosje in zijn armen en samen liepen ze langzaam terug naar het paleis.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten