4
Prins Willem V zat in zijn kamer achter zijn tafel. Zijn grote rechthoekige eikenhouten tafel lag bezaaid met papieren, brieven en andere documenten. Hij zat in zijn comfortabele rood-blauw gewatteerde stoel met rijk versierde poten en leuningen. Op de rugleuning was een gouden kroon afgebeeld. Tegenover hem zat op een oude stoel zat zijn wapenknecht met open mond de studeerkamer van de prins te bewonderen.
'Mooi kamertje, hoogheid.' zei Bell. Zijn ogen tolden van de beelden die hij op het plafon zag. Beelden, schetsen, de vele fresco's van Willem V's voorouders. Een koning op een wit steigerend paard, zijn zwaard, omtrokken door licht, getrokken. Een ander fresco was de Grote hal en een oude kromme koning, die voor de tronen stond.
'Dat was mijn overgrootvader, de oudste regerende koning van onze familie ooit. Hij werd op een belangrijk feest vermoordt, waar hij nota bene wou mededelen dat hij wou gaan aftreden.'
'Dat was goed schrikken, lijkt mij. Hoogheid.' zei Bell en tuurde opnieuw met open mond naar het plafon.
Er klonken voetstappen op de gang en men hoorde de krakerige stem van Jaspers. De deur zwaaide open en Jaspers betrad de studeerkamer.
'Hoogheid,' zei het hoofd van de lakeien. 'Een bode bracht u deze brief.'
De prins kwam achter zijn tafel vandaan en nam de brief in ontvangst.
'Kom, Jaspers, ga zitten.' De prins wees naar zijn eigen stoel. Jaspers schudde hevig zijn hoofd.
'Nee, Sire, het is uw stoel.'
'En uw lichaam verdient wat rust. Ga zitten en luister.' De prins verbrak het zegel van St.Carlos, het klooster uit Badeldhân. 'Het is een brief van Vader Gardon. Luister:
Geachte prins Willem V, God zegene u en uw vader.
Mij is ter ore gekomen dat er problemen zijn in Dorburgh en uw aanwezigheid is aldaar gewenst. Ik zou u uitvoerig willen vertellen van de problematiek, maar leeftijd speelt parten. Mijn potentiele opvolger Domi Emmanuel zal u bij aankomst volledig inlichten en met u in naam van de Kerk een bezoek brengen aan de slachtoffers.
Wij hopen snel op uw komst en wij bidden tot God. Gegroet, Gardon.
Er is een probleem ontstaan in Dorburgh.'
'Is het uw taak om dit soort problemen op te lossen?' vroeg Bell.
'Ja, en nee.' Zei de prins enigszins aarzelend.
'Zijne koninklijke hoogheid is een afgevaardigde van de Koninklijke Raad, Bell.’ Zei Jaspers, ‘In Brugge, Badeldhân en Dorburgh is men verplicht de Raad te informeren over problemen. Maar aangezien er vaak spoken worden gezien.'
'Spoken?'
'Problemen die geen problemen voor de Raad vormen. Daarom moet men eerst zich tot de prins wenden, voordat het probleem zich bij de Raad mag gemeld worden. En dit is bovendien een goede manier om de prins kennis te laten maken met het land en het land met de prins.' Jaspers wende zich tot de prins. 'Hoogheid, ik hoorde van de bode dat het probleem een mysterieuze aanval op een vijftal gardisten is. Zij hebben niet het recht om dit rechtstreeks te melden, vandaar dat het bericht via Badeldhân is gekomen.'
'Dan zit er niks anders op dan op weg te gaan. Jaspers, laat onze paarden opzadelen. Over een half uur vertrekken wij.'
'Ja, hoogheid.' Jaspers stond op, strompelde naar de deur en verliet de studeerkamer.
Na ongeveer een half uur reden prins Willem V en Bell naar Badeldhân, gevolgd door tien ruiters van de Koninklijke Garde. Het tempo lag niet hoog.
De zon scheen zacht en er was regen op handen.
Onderweg vroeg Bell:
'Hoogheid, wat hebt u gedaan voordat u mij leerde kennen?'
'Voor ik jou kennen?' vroeg de prins en keek hem lachend aan. 'Voor ik jou leerde kennen, mijn beste wapenknecht, zat ik in het klooster van St.Kalmondius, het klooster waar Paus Cardus woont. Daar ben ik op mijn vijfde terecht gekomen, nadat mijn moeder in haar kraambed is overleden en ik met mijn vader alleen achter bleef.' De prins zuchtte. 'Mijn vader kreeg een dood meisje in zijn handen gedrukt. De schok was zo groot, dat ik die zelfde dag nog naar Brugge werd gestuurd. Sindsdien had ik af en toe contact met mijn vader en werd ik opgeleid in alles wat ik maar wilde. Op mijn vijftiende kreeg ik mijn eerste sabel, die ik met recht had verdient en nu ik bijna twintig word, vond men het tijd dat ik een wapenknecht kreeg.'
'Mijn grootvader was destijds de wapenknecht van uw vader, sire.'
'Meen je dat? Dat heb ik nooit geweten. Wat heeft je vader dan gedaan?'
'Die heeft als lakei en bode aan het hof gewerkt. Tot hij een paar jaar geleden tragisch verongelukte.'
'Hoe het leven kan lopen, vind je niet, Bell?'
Het gesprek verstomde.
Jaspers stoffelde de werkkamer van de koning binnen. De werkkamer van de koning was nog imposanter dan de studeerkamer van de prins en bevatte naast vele fresco's ook beelden, sculpturen en schilderijen van Germaniaanse kunstenaars. Het zwarte versierde werkblad van het grote bureau was in scherp contrast met de poten. De koning had een soortgelijke comfortabele stoel als zijn zoon, maar zijn bureau was netjes en opgeruimd. Naast de koning stond een stoel met vele kussens erin. Jaspers nam erin plaats en zuchtte.
'Gaat het, mijn vriend?' vroeg de koning en keek hem veel betekend aan. Met een klagende zucht zei Jaspers: 'Ja, Sire, het gaat. Mijn rug is niet meer wat het geweest is. De leeftijd drukt op mijn lijf, alsof het ijzer is.'
'Je neemt anders ook nooit vrij, mijn vriend.'
'Ik ben nergens liever dan hier. Of in mijn kamer, om daar ontspannen te lezen. Ik ben geen mens om de stad in te gaan, Sire. Geef mij maar de heerlijke hectiek van het paleisleven.'
'Dat begrijp ik, Jaspers. Dat waarderen wij allemaal zo aan jou.'
Jaspers schraapte zijn keel. 'Uw zoon is met zijn wapenknecht en vijf Gardisten op weg naar Badeldhân, Sire.'
'Heeft Gardon weer ergens problemen veroorzaakt?' vroeg de koning spottend.
'Nee, Sire, er zijn gister vijf gardisten in Dorburg neergeschoten. De omstandigheden zijn mysterieus. Vandaar.'
'Mooi zo. Zeg Jaspers, wat vind jij? Willem V word binnenkort twintig en het word tijd dat hij een verloofde krijgt. Zou ik er goed aan doen hem aan een leuke meid te koppelen?'
'Als hij net zoals u is, hoogheid, zou ik een feest organiseren en alle huwbare vrouwen uit de Adelwijken uitnodigen. En misschien wat vrouwen uit de lagere klassen, om zo het verschil tussen de dames aan te dikken.'
'Jaspers.'
'Ja, Sire?'
'Je bent geweldig!'
Geen opmerkingen:
Een reactie posten