Gorth de Oude is hun Vader.
Vader van vele Draken.
Zwart is zijn hart, zijn gedachten
en zijn huid.
Lang is zijn duistere adem en zijn klauwen,
die verscheuren en moorden.
Elk jaar paart Gorth met een vrouwtjes Draak
en zij baart hem dan twee Drakenkinderen.
Zij voedt hen van haar eigen vlees,
zij sterft om haar kroost levend te houden.
Zo werden Bolsuru en Brégaz geboren.
Bolsuru was een zwarte Draak,
duister in zijn hart en huid,
maar Brégaz was rood van kleur
en kalm.
Zij waren verbonden met elkaar,
maar hadden onderling broedertwist.
Vele Draken werden geboren en vlogen uit.
Toen werd er een Draak geboren,
die weigerde zijn moeder op te eten.
Gorth was furieus en noemde hem Gûlmanor.
Hij werd verbannen en vluchtte naar Arvalü.
Gorth was ziedend op zijn verbannen zoon.
Hij beval Bolsuru en Brégaz hem op te zoeken
en te doden.
Zo gingen zij op weg,
op zoek naar Gûlmanor.
Hoog in de lucht vlogen zij
over de Groene vlakte.
Bolsuru wilde Gûlmanor's hart,
Brégaz ook.
Bolsuru wilde diens vlees,
Brégaz ook.
Bolsuru wilde de eer,
Brégaz ook.
Bolsuru wilde hem alleen doden,
Brégaz ook.
Bolsuru was kwaad en sloeg naar Brégaz.
Brégaz sloeg terug met zijn rode klauwen
en heftig was hun schermutseling.
Toen sloegen zij tegelijk
tegen elkanders kop.
Dood vielen zij te neer,
Brégaz in het Westen,
Bolsuru in het Oosten.
In het Westen en het Oosten
verrezen door de neerkomende Draken bergen.
In het Westen verrezen een grote en kleine groep bergen en heuvels.
Brégaz noemden zij hem.
In het Oosten verrees een lange bergrug
die van Zuid naar Noord liep,
in het midden gescheiden door
de Poort van Melgoreth.
Bolsuru noemden zij hem.
© Feike Dijkstra 09-11-2009
Geen opmerkingen:
Een reactie posten